Here, zonder naam en zonder gezicht Zie vanuit den hoge Op uw droeve eenhoorn neer Die danig hunkert naar uw licht,

Die sierlijk door de wouden dwaalt Maar bladeren geen voedsel vindt,

die voor de poort der doden draalt, Allen bladeren op uw wind.

Here, zonder handen zonder stem Snij de lichtlans van zijn voorhoofd En vang hem in uw stalen klem Voor de wereld hem de glans ontrooft,

Lok hem langs de stapsteen sterven, Niet als anderen domweg gedoofd Maar rein, vrij van bederven Langs de kruisweg waar hij in gelooft.